You are currently browsing the tag archive for the ‘Japans’ tag.

Het moest maar eens uit de kast komen, de mirin, de sushirijst en de norivellen. Het lag er lang genoeg en alleen de norivellen had ik ooit eens gebruikt. Sushi ging ik maken. In de koelkast vond ik nog wat paprika in een pot en wat zalm. Dus een vulling was er ook.

Ik kookte de rijst (gebruiksaanwijzing op het pak) en liet een norivel meekoken. Eerlijk gezegd vond ik het niet zo lekker ruiken.  Daarna rijst op het norivel, een flitsend stuk rode paprika erop en rollen maar.

Nou dat werd dus een grote knoeiboel. Je kunt beter een stukje nori vrij laten, want de rijst gaat natuurlijk schuiven. Die had ik van tevoren ook wel kunnen bedenken. Bovendien plakte de rijst overal aan. Ik sneed de rol in vieren en kijk: mijn eerste sushi  😉

De sushi met de paprika was best lekker, maar ik moest er wel een bordje onder houden. Daarna probeerde ik nog een rol, nu met de zalm. Niet op plastic, maaar op aluminiumfolie en ik kookte de nori niet. Dat was jammer, want ongekookte nori blijkt heel vies te zijn. Het ziet er wel beter uit. De ultieme pgoging moet nog komen. want het spul is nog lang niet op.

Advertenties

Jaren geleden kocht ik een Japans kookboek (In de Japanse keuken – Parool/Life). Noodles heetten toen nog ‘knoedels’ en sushi ‘soesji’. Verder mooie technieken, fraaie plaatjes en veel wetenswaardigheden, maar ik kookte er nooit uit. Vooral omdat de ingrediënten in 1970 maar mondjesmaat te koop waren en bovendien had ik niet van die mooie borden en lakdoosjes. Maar deze week keek ik er weer eens in en besloot ik een Japanse omelet te maken. De nori haal je tegenwoordig gewoon bij de buurtsuper.

Voor dit recept heb je een rechthoekig pannetje nodig, zodat de opgerolde omelet er een beetje als een loempia uitziet. Ik bakte gewoon in een koekenpan en schoof de zijkanten van de omelet wat naar binnen. Net zoals in het kookboek gebruikte ik stokjes (en een vork als het niet helemaal lukte).

Nodig:
olie
3 eieren
5 eetlepels bouillon
snuifje zout
1/2 theelepel lichte sojasaus, of een paar druppels gewone Japanse sojasaus
1 of 2 vellen nori (gedroogd zeewier)

garnering:
1 eetlepel fijngeraspte daikon (Japanse radijs) of gewone radijs
een paar druppels Japanse sojasaus
peterselie

Rol een bolletje van de radijs en de sojasaus. Leg vast op een bordje.

Klop de eieren goed los met bouillon, sojasaus en zout. Vet de koekenpan in en giet een deel van het struif in de pan. Schuif eventueel de zijkanten van de omelet wat naar binnen.

Zorg dat de nori iets korter is dan de omelet en leg het op het ei. Als het ei stolt, de bovenste kant voorzichtig over de nori slaan en 2x herhalen. Schuif de opgerolde omelet weer omhoog.

Vet het pannetje weer in (keukenrol) en giet weer wat struif in de pan. Til de rol bovenaan op en laat het struif eronder lopen.

Modelleer de omelet en leg er een vel nori op. Sla het ei 3x om als het stolt. Eventueel alles nog een keer herhalen tot het eistruif op is.

Snij de omelet voorzichtig in 2 of 3 stukken. Leg naast de radijs, peterselie erbij.

Bijdrage van Ineke

In maart & april zouden de Kookgrrls ‘koken in een vorm’, maar ik geloof dat ik de enige was. 😉

Dit postje gaat niet over bakken in een vorm, maar over een eenvoudige Japanse snijtechniek die je eten er meteen mooi doet uitzien: de chigai-giri, ook wel ‘opposing cut’ of ‘switchback cut’. Het lijkt gecompliceerd maar is echt supersimpel! Op Graasland vind je een stap-voor-stap uitleg met foto’s.

Zelf gebruik ik deze versiering vooral in bento’s, maar je kunt hem natuurlijk ook gewoon gebruiken als garnering bij je avondmaaltijd, buffet, BBQ of als een vrolijke hap tussendoor.
Realiseer je wel dat het met veel groente en fruit kán, maar dat het resultaat het beste is wanneer de schil contrasteert, zoals bij komkommer en banaan. Ik hoop zelf spoedig eens tegen paarse peentjes aan te lopen om te kijken hoe dat wordt. 😉