You are currently browsing kookgirls’s articles.

Dit kookboek is niet per se mijn meest favoriete kookboek, maar wel een die ik vaak doorblader. Het ziet er misschien wat retro uit door de opmaak van het boek en hoewel de recepten soms ook wat retro ogen (veel klassiekers zijn in het boek opgenomen), is het toch een fijn boek om in de kast te hebben staan.

Het laatste recept dat ik als basis gebruikte voor een lekker maaltje was voor Bloemkool-Champignongougère. Een gougère is een soort kaassoes. In deze variant maak je een ring van gougère met daarin een vulling.

De ingredienten die je nodig hebt voor dit gerecht zijn:

  • 3 dl water
  • 120 gr boter
  • 150 gr bloem
  • 4 eieren
  • 120 gr gruyere of gewone kaas
  • 1 tl dijonmosterd
  • zout, peper

Voor de vulling:

  • 200 gr tomaten uit blik
  • 1 el olie
  • 20 gr boter
  • 1 ui
  • 120 gr champignons
  • 1 kleine bloemkool
  • takje tijm
  • zout en peper

Zo maak je het:

  • Doe het water en de boter in een grote pan en verwarm tot de boter is gesmolten. Haal de pan van het vuur en doe alle bloem er bij. Roer het mengsel in 30 seconden met een houten lepel tot een glad geheel. Laat iets afkoelen. Verwarm de over voor op 200 graden en vet een ovenschaal in met boter.
  • Klop de eieren er één voor een door en blijf kloppen tot het mengsel dik en glanzend is. Roer de kaas en mosterd erdoor en breng op smaak met zout en peper. Verdeel het mengsel langs de randen van de ovenschaal. Laat in het midden ruimte vrij voor de vulling.
  • Pureer voor de vulling de tomaten in een blender. Giet in een maatbeker en vul verder aan met water tot 3 dl.
  • Verhit de olie en boter in een braadpan. Bak de ui 4 minuten. Doe de champignons erbij en bak die 3 minuten mee. Voeg de bloemkool toe en roerbak 1 minuut.
  • Doe de tomaten met het water, de tijm en peper en zout erbij. ook het geheel zonder deksel 5 minuten op zacht vuur tot de bloemkool zacht is.
  • Schep het mengsel in de holte van de ovenschaal en doe al het vocht erbij. Bak het 35-40 minuten in de oven tot het deeg goed is gerezen en goudbruin.

Tip: Voeg vegetarische spekblokjes van de Vegetarische Slager toe aan de vulling.

Advertenties

Heerlijk gegeten vanavond. Met dank aan de website van Albert Heijn want daar heb ik het recept gevonden. En het is niet alleen lekker maar deze curry ook nog in een mum van tijd op tafel.

Voor twee personen heb je nodig, 350 gr broccoli in roosjes, 300 gr pangasiusfilet, 1 eetl olie, 2 kleine uien in partjes, 1 grof gesnipperde rode paprika, 2 grote eetlepels rode Indiase currypasta, 1 pakje kokosmelk van 200 ml.

Kook de broccoli 4 minuten. Snijd de pangasiusfilet in stukken. Verhit in een wok de olie en roerbak de ui en de rode paprika 3 minuten. Voeg de currypasta en de kokosmelk toe. Breng de saus aan de kook. Schep de stukjes pangasiusfilet erdoor. Dek de wok af en stoof de vis in de saus zachtjes gaar in ca. 7 minuten. Giet de broccoli af en schep deze door de viscurry.

Serveer er rijst bij. Eet smakelijk!

Wat is je LIEVELINGSRECEPT?

Dat wat je elke keer maakt als je het even niet weet, maar toch een enorm succes is? Wat je zonder gene aan je gasten voorzet en waarvoor je achteloos de complimenten ontvangt “ach het was niets bijzonders” en je weet dat het ook zo was?

Voor mij is dat zonder twijfel kaasfondue. De kant en klare van de supermarkt, aangevuld met Boursin-zwarte peper en alle restjes kaas die ik in mijn koelkast vind. Samen met een zelfgebakken brood en een glas wijn: heerlijk.

Sinds kort hebben wij (mijn lief en ik) 2 nieuwe boeken in de kast staan waar we zeer vaak uit koken en bakken. De ene is Vegetarisch koken: verrukelijk en gezond de ander Bakken: de beste gerechten uit de hele wereld (geen goede link helaas, maar verkrijgbaar bij de Slegte heb ik begrepen)

Uit het bakken-boek heeft mijn lief afgelopen weekend een heerlijk brood gemaakt, gewoon met de oven. De broodbakmachine had even weekend. Hier is het recept.

Ingrediënten:

  • 225 gram zelfrijzend bakmeel
  • 100 gram bloem
  • 1 tl bakpoeder
  • 1/4 tl zout
  • 1/4 tl cayennepeper
  • 2 tl kerriepoeder
  • 2 tl maanzaad
  • 25 gram boter, in kleine stukjes
  • 150 ml melk
  • 1 ei, losgeklopt

1. Vet een bakplaat in

2. Zeef het zelfrijzend bakmeel, de bloem, het bakpoeder, het zout, alle specerijen en het maanzaad boven een grote kom

3. Wrijf de boter met de vingers erdoor tot alles goed is vermengd

4. Voeg de melk en het ei toe en kneed tot een soepel deeg.

5. Kneed het deeg enkele minuten op een met bloem bestoven werkvlak

6. Vorm een rond brood en snijd de bovenkant kruislings in

7. Bak het deeg ongeveer 45 minuten in een op 190C / Gasovenstand 5 voorverwarmde oven

8. Leg het brood op een rooster om af te koelen en serveer in plakken of hompen.

Ik heb er geen foto’s van maar kan jullie verzekeren dat het erg lekker was bij de kaasfondue.  Mijn andere succes-recept is appeltaart. Gewoon de aanwijzingen op het kant-en-klare-pak van Honig ofzo opvolgen, alleen gebruik ik Granny Smith appels. Veel lekkerder

Het moest maar eens uit de kast komen, de mirin, de sushirijst en de norivellen. Het lag er lang genoeg en alleen de norivellen had ik ooit eens gebruikt. Sushi ging ik maken. In de koelkast vond ik nog wat paprika in een pot en wat zalm. Dus een vulling was er ook.

Ik kookte de rijst (gebruiksaanwijzing op het pak) en liet een norivel meekoken. Eerlijk gezegd vond ik het niet zo lekker ruiken.  Daarna rijst op het norivel, een flitsend stuk rode paprika erop en rollen maar.

Nou dat werd dus een grote knoeiboel. Je kunt beter een stukje nori vrij laten, want de rijst gaat natuurlijk schuiven. Die had ik van tevoren ook wel kunnen bedenken. Bovendien plakte de rijst overal aan. Ik sneed de rol in vieren en kijk: mijn eerste sushi  😉

De sushi met de paprika was best lekker, maar ik moest er wel een bordje onder houden. Daarna probeerde ik nog een rol, nu met de zalm. Niet op plastic, maaar op aluminiumfolie en ik kookte de nori niet. Dat was jammer, want ongekookte nori blijkt heel vies te zijn. Het ziet er wel beter uit. De ultieme pgoging moet nog komen. want het spul is nog lang niet op.

Dit blogpostje is over datum, want de maand januari is al voorbij en het blogje hoort nog bij het januarithema: koken uit het keukenkastje. In mijn keukenkastje kom ik regelmatig dingen tegen die over de datum zijn en die verdwijnen dan in de vuilnisbak. Zo niet deze blog, die is hopelijk fris en lang houdbaar! Het is een heel simpel bijgerechtje dat wij altijd bereiden zodra we Indonesisch koken, want wij zijn er dol op. Het is een recept voor atjar. Daarvoor gebruik ik gembersiroop uit het keukenkastje.

Een atjar is een zuur (bij)gerecht in de Indonesische keuken. Vaak wordt een atjar gemaakt met azijn, waaraan nog allerlei ingrediënten worden toegevoegd: olie, zout, suiker en kruiden. Wij hebben er een eigen variant op gemaakt. Voor onze versie neem je komkommer, augurkjes, zilveruitjes, een rood pepertje, witte wijnazijn, zout, peper en gembersiroop.

Je snijdt de komkommer in de lenge doormidden en verwijdert de zaadjes met een theelepeltje. Daarna snijd je de komkommer in halve schijfjes. De augurkjes snijd je in plakjes en doe je samen met de uitjes en komkommer in een bakje. Verwijder de pitjes uit het pepertjes en snijd hem in superfijne ringetjes. Doe die ook in het bakje. Dan giet je een flinke hoeveelheid witte wijnazijn erbij, zodat het bakje voor een kwart ermee gevuld is en 25% van de groenten in de azijn ligt. Je brengt het geheel op smaak met zout, peper en 3 of 4 eetlepels gembersiroop.

Passend binnen het thema wintergroenten is natuurlijk de erwtensoep. Voor ons dan wel de vegetarische variant. Mijn vriend (die wel vlees eet) was wat sceptisch, want een erwtensoep zonder rookworst en spek, kan dat wel? Nou, daar hebben we wat op gevonden! Kleine blokjes rookkaas smaken perfect in deze soep.

  • 500 gram spliterwten
  • 3 groentebouillon tabletten
  • 1 laurierblaadje
  • 1 knolselderij à  750 gram
  • 1 winterwortel à 250 gram
  • 2 preien
  • 200 gram rookkaas
  • 2 takjes selderij
  • zout, peper
  • 1 bekertje crème fraîche

Bereiding:
De spliterwten wassen en lelijke erwten verwijderen. In een pan 2 liter water, spliterwten, bouillontabletten en laurierblaadje aan de kook brengen en ongeveer 45 minuten laten koken. Ondertussen knolselderij in blokjes snijden. Winterwortel schrappen, wassen en in de lengte halveren. De helften overdwars in plakken snijden. Knolselderij en wortel toevoegen. Soep al roerend weer aan de kook brengen en ongeveer 5 minuten laten koken. Prei in ringen snijden, toevoegen en laat de soep nog ongeveer 10 minuten koken. Rookkaas in blokjes snijden en een minuut laten meewarmen; ze mogen niet uit elkaar vallen. De soep eventueel op smaak brengen met zout en peper.

Soep over grote soepkommen verdelen. In elke kom 1 lepel crème fraîche scheppen en selderij erover strooien.
Lekker met roggebrood en boter.

Dit is een echt Haloweengerecht. De curry wordt geserveerd in de pompoen. Terwijl je de curry uit je eigen pompoentje  lepelt, schraap je steeds wat oranje vruchtvlees mee. Kies kleine pompoentjes, het is al snel te veel!

Ingredienten:

  • Per persoon een kleine pompoen;
  • Olie
  • Een ui
  • Twee tenen knoflook
  • 4 eetlepels milde currypasta
  • 1 blikje kokosmelk van 400 ml
  • Groenten voor in de curry, bijvoorbeeld bloemkool, peultjes, paprika, spinazie (vers).
  • 2 handjes cashewnoten
  • Koriander, fijngehakt

 Snijd een kapje van de pompoen en hol de pompoen uit; verwijder de draden en zaden. Zet de pompoenen in een voorverwarmde oven (180 graden). Na ongeveer 30 minuten zijn ze van binnen lekker zacht geworden. Je kunt het controleren door met een vork in het vruchtvlees te prikken. Ondertussen maak je de curry.

Fruit de ui en de knoflook in de olie. Wok als eerste de bloemkool en de peultjes 3 minuten mee. VOeg daarna de paprika en eventueel de spinazie mee tot de spinazie is geslonken. Voeg de currypasta toe en de kokosmelk en warm alles goed door. Doe als laatste de cashewnoten er bij.

Doe de curry in de pompoen en garneer met wat koriander. Lekker met basmatirijst, een raita en naanbrood.

Vrijdagavond was het ‘wie-is-de-chef-avond’. Samen met vrienden komen we samen en iedereen bereidt een gang voor het diner. Zo’n avond staat garant voor een lange avond aan tafel met heerlijk smullen van mooie gerechten en bijpassende, lekkere wijnen. Deze keer namen mijn vriend ik het hoofdgerecht voor onze rekening. We serveerden een aubergine uit de oven met een tomaten-chilisalade en daarbij een geitenkaas-ricottataartje. Het recept voor de aubergine stond in de Cuccina Italiana (http://www.cucinait.nl/).

1 teentje knoflook, gepeld
1 lente-ui, in reepjes
1 rood pepertje, zonder zaadjes in reepjes
12-16 kerstomaatjes, gehalveerd
Basilicum, in reepjes
4 eetl. olijfolie
2 theel. gedroogde oregano
2 aubergines
1 eetl. balsamico-azijn

Meng 3 eetlepels olijfolie,  de uitgeperste knoflook, ½ theelepel zout en oregano. Halveer de aubergines en kerf het vruchtvlees met een scherp mesje ruitvormig in tot op de schil. Bestrijk de auberginehelften met het olijfoliemengsel en laat het goed in de kerven lopen. Verwarm de oven voor op 200 °C.Bekleed een bakplaat met aluminiumfolie. Laat de auberginehelften met de snijvlakken naar boven in 40 minuten zacht en gaar worden. Controleer voorzichtig of de aubergines zacht zijn, anders moeten ze nog iets langer in de oven blijven. Verhit vlak voordat de aubergines uit de oven komen 1 eetl. olijfolie in een koekenpan en roerbak de lenteui en peper 2 minuten. Voeg de halve tomaatjes toe en roerbak nog 1 minuut. Meng de balsamico-azijn en zout naar smaak erdoor en houd warm. Haal de aubergines uit de oven en leg ze op warme borden. Meng de basilicum door de warme tomatensalade en verdeel over de aubergines.

Jaren geleden kocht ik een Japans kookboek (In de Japanse keuken – Parool/Life). Noodles heetten toen nog ‘knoedels’ en sushi ‘soesji’. Verder mooie technieken, fraaie plaatjes en veel wetenswaardigheden, maar ik kookte er nooit uit. Vooral omdat de ingrediënten in 1970 maar mondjesmaat te koop waren en bovendien had ik niet van die mooie borden en lakdoosjes. Maar deze week keek ik er weer eens in en besloot ik een Japanse omelet te maken. De nori haal je tegenwoordig gewoon bij de buurtsuper.

Voor dit recept heb je een rechthoekig pannetje nodig, zodat de opgerolde omelet er een beetje als een loempia uitziet. Ik bakte gewoon in een koekenpan en schoof de zijkanten van de omelet wat naar binnen. Net zoals in het kookboek gebruikte ik stokjes (en een vork als het niet helemaal lukte).

Nodig:
olie
3 eieren
5 eetlepels bouillon
snuifje zout
1/2 theelepel lichte sojasaus, of een paar druppels gewone Japanse sojasaus
1 of 2 vellen nori (gedroogd zeewier)

garnering:
1 eetlepel fijngeraspte daikon (Japanse radijs) of gewone radijs
een paar druppels Japanse sojasaus
peterselie

Rol een bolletje van de radijs en de sojasaus. Leg vast op een bordje.

Klop de eieren goed los met bouillon, sojasaus en zout. Vet de koekenpan in en giet een deel van het struif in de pan. Schuif eventueel de zijkanten van de omelet wat naar binnen.

Zorg dat de nori iets korter is dan de omelet en leg het op het ei. Als het ei stolt, de bovenste kant voorzichtig over de nori slaan en 2x herhalen. Schuif de opgerolde omelet weer omhoog.

Vet het pannetje weer in (keukenrol) en giet weer wat struif in de pan. Til de rol bovenaan op en laat het struif eronder lopen.

Modelleer de omelet en leg er een vel nori op. Sla het ei 3x om als het stolt. Eventueel alles nog een keer herhalen tot het eistruif op is.

Snij de omelet voorzichtig in 2 of 3 stukken. Leg naast de radijs, peterselie erbij.

Bijdrage van Ineke

Misschien een wat ruime interpretatie van het thema van de maand, maar toch.

Als grote fan van de Indonesische keuken een fantastisch recept voor Tahoe Telor. Een paar jaar terug heb ik een cursus Indonesisch Koken gevolgd in een buurtcentrum in Nieuwegein. Meneer Ernst heeft ons 12 avonden lang een enorme hoeveelheid gerechten laten klaarmaken die we daarna gezamenlijk mochten opeten. Veel te veel natuurlijk voor de aanwezige dames. Daarom altijd doosjes bij de hand om de restjes in mee naar huis te nemen.

Voor de tahoe telor heb je nodig 1 blok tahoe (fijngemaakt met bijv. een vork), 3 eieren, peper en zout naar smaak, 200 gr taugé (1 min geblancheerd), 1 bouillonblok, 1 fijngesneden takje selderij en gebakken uitjes.

De bijbehorende saus maak je van 1 kopje ketjap (zoet), 1 fijngesneden teentje knoflook, 4 grote eetlepels pindakaas, 1 schijfje citroen en 1 theel suiker.

Het sausje: Wrijf in een kookpannetje de knoflook fijn, voeg de ketjap, 1/2 kopje water, pindakaas, het sap van het schijfje citroen en de suiker toe. Verhit het mengsel tot het koken en laat dan afkoelen.

De omelet: Kluts de eieren samen met de fijngesneden knoflook. Doe er wat peper, zout en het fijngemaakte bouillonblok bij. Meng de tahoe erdoor. Bak in zonnebloemolie kleine omeletjes van het mengsel.

Serveren: Doe de omeletjes met taugé op een schaal. Giet het sausje er over heen. Tot slot bestrooien met de gebakken uitjes en de selderij.

Eet smakelijk!