You are currently browsing JannyAn’s articles.

Reizend door Portugal wil ik graag koken met de producten die op dat moment door de Portugezen zelf worden gekocht. Dat is onder meer kool. Vooral groene kool en chinese kool.

Caldo Verde is hét meest bekende gerecht uit de Portugese keuken. En de Portugezen mogen het graag eten. Dat zal niet in de laatste plaats komen doordat kool in Portugal ruim verkrijgbaar is. Daarbij is het gerecht eenvoudig te bereiden en zijn er maar weinig ingrediënten nodig.

Dit heb je nodig

700 gr. geschilde aardappelen
1 chorizo
1 teen knoflook
1 kg. groene kool, in reepjes gesneden
4 el. olijfolie, extra vergine
1.5 l. water
1 snufje zout, peper

Kook de aardappelen in het water gaar samen met de worst, de knoflook en het zout. Neem de aardappelen en de worst uit de pan. Prak de aardappelen fijn maar laat zo’n 200 gr. van de aardappelen iets grover. Snijd de worst in dikke stukken.
Doe aardappelen en worst terug in de pan, voeg de reepjes kool toe en de helft van de olijfolie. Laat alles zachtjes stoven tot de kool gaar is. Voeg naar smaak zout en peper toe. Als laatste de rest van de olijfolie door de soep roeren.

Geen kookboek maar een Spaanse website is de bron voor dit recept. Ik heb er voor mezelf een dubbele opdracht van gemaakt. Zoek een traditioneel Spaanse recept en oefen er ook nog een woordje Spaans bij. Gelukkig vond ik een goed recept met veel foto’s ter verduidelijking, dat maakte het wat eenvoudiger. Het resultaat was geslaagd dus ik heb het waarschijnlijk goed begrepen :-).

Voor de tortilla heb je nodig:
1 grote ui, grof gesneden
450 gr. aardappel in plakjes
4 eieren
peper en zout
2 eetl. olijfolie.

Verhit de olijfolie in een grote koekenpan. Voeg de uien toe, de aardappelen er bovenop. Dat ziet er ongeveer zo uit.

Op een middelhoog vuur de uien en aardappelen bakken tot ze een lekker kleurtje krijgen.

Terwijl je op dat mooie kleurtje wacht, kluts je in een grote schaal de 4 eieren.

Als de aardappelen en de uien goed zijn, breng je ze over in een vergiet. Dan kan de overtollige olie eruit lekken. Eventueel kan je keukenpapier gebruiken.

Dan de essentie van de tortilla. Mijn docente Spaans had het al eens uitgelegd. De ui en aardappel gaan dan in de geklutste eieren. Dus NIET de eieren bij de ui en aardappel in de pan gieten.
Peper en zout naar smaak toevoegen en goed door elkaar mengen. Als de stukjes aardappel te groot zijn naar je zin, maak ze dan nu wat kleiner.

Doe een eetlepel olijfolie in een kleinere koekenpan. Een tortilla moet tenslotte niet te dun zijn. Als de olijfolie op temperatuur is kan het aardappel-ui-eimengsel in de koekenpan. Bakken op middelhoog vuur tot de bovenkant droog begint te worden. Dan kan de tortilla worden omgedraaid. Ik ben daar zelf niet zo handig in en heb daar twee borden voor gebruikt.

De tortilla is klaar als de temperatuur zo’n 70 graden is.

De tortilla kan onderdeel zijn van een hoofdmaaltijd maar is in stukjes natuurlijk ook een van de meest favoriete Spaanse tapas.

Eet smakelijk.

Vandaag is het dan de dag van de Italiaanse “Cookalong”. Een mooi thema als je met de camper op reis bent in Frankrijk. Natuurlijk geen kookboeken mee onderweg maar gelukkig is op internet genoeg te vinden. Om het recept onderweg te kunnen maken, moet het in ieder geval zonder oven kunnen worden bereid want die hebben we niet. Uiteindelijk heb ik gekozen voor een klassiek pastagerecht, Spaghetti all’amatriciana. Het recept is afkomstig uit de Italiaanse kookbijbel “De Zilveren Lepel”.

Je hebt nodig:
300 gr spaghetti
olijfolie
100 gr pancetta in blokjes
1 ui, in dunnen plakjes gesneden
1 verse fijngehakte chilipeper
zout en peper
500 gr ontvelde tomaten, ontpit en klein gesneden

Begin met een klein beetje olie in de koekenpan. Doe de pancetta in de pan en bak dit tot het vet smelt. Voeg de ui toe en fruit deze op een laag vuur in 1o minuten lichtbruin. Af en toe even roeren zodat het niet aanbakt.

Voeg de tomaten, chilipeper toe. Zout en peper naar smaak. Laat alles afgedekt zo’n 40 minuten pruttelen. Voeg zonodig heet water toe.

Kook de spaghetti in een grote pan water met wat zout “al dente”. Laat uitlekken in een vergiet. Roer de spaghetti door de saus. Klaar!

De pancetta heb ik hier in Frankrijk niet kunnen vinden. Die heb ik vervangen door spekblokjes. Het resultaat is ook wel lekker maar natuurlijk anders dan bedoeld. Ik zal de originele versie van het recept nog een keer maken zodra ik de pancetta heb gevonden.

Voor de vegetariërs onder ons is de pancetta moeilijk te vervangen. Wellicht dat walnoten, alhoewel een heel andere smaak, toch een lekker alternatief zijn.

In het originele recept hoort geen basilicum maar het lijkt mij helemaal niet verkeerd smaken om tot slot wat gesneden basilicum over de spaghetti te strooien,

Een supergerecht voor dit thema want de truffels delen zo lekker uit. Ik heb het recept gemaakt voor een klein buffet en toen vielen ze bijzonder in de smaak. Speciaal voor de blog had ik er ook een mooi foto van gemaakt, maar ja, die kan ik dus nergens meer vinden. Daarom maar een mooie foto van een geit.

je hebt nodig. 75 gr dadels, 75 gr amandelen, 150 gr geitensmeerkaas, 1 eetl sinaasappelsap, mespunt kaneel, mespunt nootmuskaat, 4 eetl geroosterd sesamzaad.

Snijd de dadels en amandelen heel fijn. Zelf heb ik amandelsnippers gebruikt en dat is goed bevallen. Voeg de smeerkaas, het sinaasappelsap en de specerijen toe en meng alles goed door elkaar. Laat het enkele uren in de koelkast opstijven. Maak er kleine balletjes van en rol ze door de sesamzaad.

Simpel en lekker. Eet smakelijk!

Uit: Hartig en Heerlijk, recepten van kleine gerechten (Iris reeks 3)

 

Officieel zijn spruitjes waarschijnlijk een wintergroente zijn maar omdat ze nu al zo ruim verkrijgbaar zijn, vond ik dat dit recept toch wel bij het thema Herfst past. De spruitjes (en ik ook) waren toen aan een andere bereidingswijze dan 4 minuten in het kokende water en dan met een hoedje van ketchup of kaas op het bord. Bij Odin vond ik dit recept en het smaakt prima.

Je hebt nodig 400 gr spruitjes, 100 gr dobbelsteentjes spek, 50 gr walnoten, 2 teentjes knoflook, 1/2 theel kaneel en olijfolie.

Spekjes uitbakken in olie. Spruitjes afhalen (buitenste blaadjes eraf halen en kontje bijsnijden), maar zoveel mogelijk groene blaadjes laten zitten, wassen en in 5 minuten beetgaar koken (echt niet langer). Walnoten grof hakken. Knoflook fijn hakken. Spek uit het vet halen en apart bewaren. Knoflook met kaneel fruiten in het hete vet. Walnoten toevoegen en even mee fruiten. Spruitjes en spek toevoegen aan het notenmengsel. Lekker met aardappelpuree, of rijst en een wortelsalade.

Voor de vegetariërs onder ons. Er zijn alternatieven voor de spekjes. Bijvoorbeeld kleine stukjes gedroogde tomaat. Zelf heb ik het nooit geprobeerd maar met aubergine en liquid smoke is ook een alternatief voor spekjes te maken. Een recept staat hier.

Eet smakelijk!

Voor mij is pompoen een moeilijk ingrediënt. Ik heb er gewoon veel te weinig mee gekookt. En dat is jammer want ik hou wel van de zoete smaak en het kleurtje doet het ook goed. Vorige week had ik geroosterde groenten in de oven gemaakt en daar had ik nog behoorlijk wat pompoen van overgehouden. Na wat zoeken op internet vond ik dit recept van Cor van Schaik van de Watergeus op okokorecepten.nl. Het smaakt erg lekker en is eenvoudig klaar te maken. Helaas bedacht ik pas toen we klaar waren met eten dat het een leuk recept was voor ons thema Herfst. Daarom geen foto. Maar goed, de smaak blijft hetzelfde.

Voor 4 personen heb je nodig: • olijfolie • 1 sjalotje, fijngesneden • 200 g pompoen, in kleine blokjes • 200 g risottorijst • 500 ml kalfsbouillon (voor vegetariërs tomatenbouillon) • 100 ml witte wijn • 50 g Parmezaanse kaas, geraspt • klont boter

De bereiding is als volgt: Giet een beetje olijfolie in een pannetje (gietijzer, geen roestvrijstaal). Zweet er de sjalot en de pompoenblokjes in aan. Voeg de rijst toe en roer met behulp van een houten lepel goed door. Voeg de bouillon en de wijn toe. Kook de risotto gaar met het deksel op de pan in ca. 20 minuten. Roer op het laatste moment de kaas door de risotto. Breng op smaak met peper, zout en de boter.

Cor van Schaik geeft het advies om er gebakken vis bij te eten met een saus van gaargekookte, gepureerde pompoen met wat verse gember, een niet te zuinige scheut room en veel vers gemalen zwarte peper. Dat heb ik niet geprobeerd maar het klinkt ook goed.

Ooit nam ik ergens uit de ramsj het boek ‘Volgens de joodse traditie’ mee, een boek over feestdagen, religieuze en culturele gebruiken, verhalen, liederen en culinaire specialiteiten – uit de joodse traditie uiteraard. Eerlijk gezegd zijn bijgaande recepten de enige twee die ik ooit uit dit boek geprobeerd heb – maar zeer favoriet bij ons allemaal hier!

Gegrilde zalm
voor 4 personen zalmfilets
5 eetlepels gehakte lente-ui
3 eetlepels verse, geraspte gemberwortel
1 eetlepel olie
0,6 dl. sojasaus
1 theelepel sherry of witte wijn
1 theelepel sesamolie
1 theelepel suiker
beetje witte peper
Uitjes en gember in een paar minuten goudbruin fruiten. Overige ingrediënten er door mengen. De vis een aantal uren in de marinade leggen. Daarna de vis aan één kant bruin en een beetje gekarameliseerd grillen.

Latkes (aardappelpannenkoekjes)  (ca. 16 grote of 30 kleine pannenkoekjes)
3 grote aardappelen
1 ui
3 lenteuitjes
2 eieren
50 gram bloem
zout en peper naar smaak
Aardappelen raspen. De rasp daarna afspoelen met koud water en zeer grondig laten uitlekken. Druk er zoveel mogelijk vocht uit. Droogdeppen met keukenpapier.
Ui raspen, lente-uitjes hakken (incl. het groen). Ui en lente-uit mengen met de aardappelrasp.
Eieren loskloppen. Eieren, bloem, zout en peper aan het aardappel-ui-mengsel toevoegen en erdoor werken.
Olie verhitten in een pan. Een flinke lepel van het mengsel erin leggen en platstrijken tot de vorm van een pannenkoekje. Bruin bakken, keren en de andere kant ook bruin bakken.
(Het duurt overigens wel even eer de latkes gaar en bruin zijn!)
Tot het serveren warm houden in de oven.
Eventueel serveren met zure room.

Overigens kun je er ook groentelatkes van maken door de aardappels te vervangen door bv. wortels of courgette of een mengsel.

Een van mijn favoriete recepten is deze couscous-schotel. Een gerecht met lekker veel groenten en, ook heel plezierig, snel klaar.

  • 250 gr couscous
  • 200 g sperziebonen
  • 150 g peultjes
  • 1 kleine broccoli
  • 1/2 potje groene olijven met piment (240 g)
  • 1 pakje Paturain knoflook met verse kruiden (80 g), verbrokkeld
  • klein gesneden verse bieslook
  • theelepel paprikapoeder
  • peper en zout naar smaak

Couscous volgens gebruiksaanwijzing bereiden. Sperziebonen en peultjes schoonmaken en halveren. Broccoli in kleine roosjes verdelen, stronk in stukjes snijden. In pan met ruim kokend water met zout groenten in 3-4 min. beetgaar koken. Olijven halveren. Groenten afgieten en samen met Paturain, bieslook, paprikapoeder en olijven door couscous scheppen. Geheel op smaak brengen met zout en peper.

Een snelle blog voor een snel recept. Eigenlijk nog voor het thema van de vorige maand, maar dat is vast niet erg. Ook geen foto. Maar wel lekker en….heel snel.

Schil zoveel aardappelen als je nodig hebt voor het aantal personen dat van je maaltijd gaat genieten. Snijd de aardappelen in blokjes. Doe de blokjes in een plastic zak. Zelf spuit ik met de verstuiver olie in het zakje maar een klein scheutje olie in het zakje gaat natuurlijk ook prima. Doe er zout, peper en kruiden naar smaak bij. Hussel de aardappelblokjes in het zakje door elkaar.

Op de bakplaat een stuk bakpapier, aardappelblokjes erop en hup, in de oven. In de heteluchtoven 25 min op 150 graden, een conventionele oven even voorverwarmen op 175 graden. Simpel, toch?

Snel en gezond, dat is bij ons oftewel de wok (met wat er dan ook nog in huis is, of in de handen valt bij een snelle race door de
supermarkt), oftewel zelfgemaakte pesto.
We gebruiken als basis meestal het recept uit Basic Italian:
2 bosjes basilicum, teentje knoflook (of meer, zoals ik meestal doe, hoewel het de laatste keer wel erg ‘knoffy’ was uitgevallen), 50 gram
pijnboompitten, 50 ml olijfolie, 25 gr parmezaanse kaas, zout, zwarte peper, Basilicum, knoflook en pijnboompitten bij elkaar doen, staafmixer erin (of voor de echte die-hart de vijzel), olijfolie beetje bij beetje toevoegen, kaas erdoor, zout en peper en klaar. (De echt-snel-klaar-versie: gooi alles bij elkaar en zet de staafmixer
erin. Zo doe ik het meestal en dat gaat prima).
Intussen (verse) pasta koken, pesto (evt. op het bord aanlengen met een beetje kooknat van de pasta) erdoor, salade erbij.
Variaties: stukjes gerookte zalm door de pasta, zongedroogde tomaatjes door de pesto, broccoli door de pasta, restje van een blikje tonijn
door de pesto – wat je maar verzint.