Dit blogpostje is over datum, want de maand januari is al voorbij en het blogje hoort nog bij het januarithema: koken uit het keukenkastje. In mijn keukenkastje kom ik regelmatig dingen tegen die over de datum zijn en die verdwijnen dan in de vuilnisbak. Zo niet deze blog, die is hopelijk fris en lang houdbaar! Het is een heel simpel bijgerechtje dat wij altijd bereiden zodra we Indonesisch koken, want wij zijn er dol op. Het is een recept voor atjar. Daarvoor gebruik ik gembersiroop uit het keukenkastje.

Een atjar is een zuur (bij)gerecht in de Indonesische keuken. Vaak wordt een atjar gemaakt met azijn, waaraan nog allerlei ingrediënten worden toegevoegd: olie, zout, suiker en kruiden. Wij hebben er een eigen variant op gemaakt. Voor onze versie neem je komkommer, augurkjes, zilveruitjes, een rood pepertje, witte wijnazijn, zout, peper en gembersiroop.

Je snijdt de komkommer in de lenge doormidden en verwijdert de zaadjes met een theelepeltje. Daarna snijd je de komkommer in halve schijfjes. De augurkjes snijd je in plakjes en doe je samen met de uitjes en komkommer in een bakje. Verwijder de pitjes uit het pepertjes en snijd hem in superfijne ringetjes. Doe die ook in het bakje. Dan giet je een flinke hoeveelheid witte wijnazijn erbij, zodat het bakje voor een kwart ermee gevuld is en 25% van de groenten in de azijn ligt. Je brengt het geheel op smaak met zout, peper en 3 of 4 eetlepels gembersiroop.