Jaren geleden kocht ik een Japans kookboek (In de Japanse keuken – Parool/Life). Noodles heetten toen nog ‘knoedels’ en sushi ‘soesji’. Verder mooie technieken, fraaie plaatjes en veel wetenswaardigheden, maar ik kookte er nooit uit. Vooral omdat de ingrediënten in 1970 maar mondjesmaat te koop waren en bovendien had ik niet van die mooie borden en lakdoosjes. Maar deze week keek ik er weer eens in en besloot ik een Japanse omelet te maken. De nori haal je tegenwoordig gewoon bij de buurtsuper.

Voor dit recept heb je een rechthoekig pannetje nodig, zodat de opgerolde omelet er een beetje als een loempia uitziet. Ik bakte gewoon in een koekenpan en schoof de zijkanten van de omelet wat naar binnen. Net zoals in het kookboek gebruikte ik stokjes (en een vork als het niet helemaal lukte).

Nodig:
olie
3 eieren
5 eetlepels bouillon
snuifje zout
1/2 theelepel lichte sojasaus, of een paar druppels gewone Japanse sojasaus
1 of 2 vellen nori (gedroogd zeewier)

garnering:
1 eetlepel fijngeraspte daikon (Japanse radijs) of gewone radijs
een paar druppels Japanse sojasaus
peterselie

Rol een bolletje van de radijs en de sojasaus. Leg vast op een bordje.

Klop de eieren goed los met bouillon, sojasaus en zout. Vet de koekenpan in en giet een deel van het struif in de pan. Schuif eventueel de zijkanten van de omelet wat naar binnen.

Zorg dat de nori iets korter is dan de omelet en leg het op het ei. Als het ei stolt, de bovenste kant voorzichtig over de nori slaan en 2x herhalen. Schuif de opgerolde omelet weer omhoog.

Vet het pannetje weer in (keukenrol) en giet weer wat struif in de pan. Til de rol bovenaan op en laat het struif eronder lopen.

Modelleer de omelet en leg er een vel nori op. Sla het ei 3x om als het stolt. Eventueel alles nog een keer herhalen tot het eistruif op is.

Snij de omelet voorzichtig in 2 of 3 stukken. Leg naast de radijs, peterselie erbij.

Bijdrage van Ineke